Ik ben voor het eerst straatafval wezen opruimen met een afvalgrijper! Het is zeer bevredigend voor de verzamelinstincten. Ik heb alleen heel erg het gevoel dat ik te kijk sta, en alsof ik iets doe wat niet mag. (Het zou me ook helemaal niets verbazen als je een bekeuring kon krijgen voor het verzamelen van straatafval. Het klinkt als zo'n ding waar je over hoort.)

Ik verbaas me wel ontzettend over de hoeveelheid afval dat overal ligt. Ik wist dat het veel was, maar als je gewoon langsloopt merkt je niet elke peuk of stukje vuurwerkafval dat dezelfde kleur bruin is als de vergaande bladeren. Maar ik deed twee uur over een stukje van nog geen 100 meter aan één kant van de straat, en ik vraag me echt af hoe al dat afval op straat terecht komt. De peuken en het vuurwerkafval snap ik – ik ben het er niet mee eens, maar ik begrijp het verspreidingsmechanisme. Maar alle wegwerpbekertjes en koekjesverpakkingen en snoeppapiertjes, hoe komen die op straat te liggen?
ik vind dat kamelen in minecraft een kist met items zouden moeten kunnen dragen, net als ezels, muilezels en llama's dat kunnen. sterker nog, ik vind dat een kameel een grotere inventaris zouden moeten hebben. in het echt worden kamelen ook in de eerste plaats als lastdieren gebruikt. in minecraft zou het ze een stuk nuttiger maken. ja, je kan met twee spelers op één kameel rijden, maar in singleplayer heb je daar niet veel aan. en ik wil niet zeggen dat alles nuttig of praktisch moet zijn om bestaansrecht te hebben, maar ik zou het gewoon leuk vinden om spul te vervoeren met een kameel.
ik vind het heel leuk dat katten bij mensen de handen (h)erkennen als interface. als je je hand aanbiedt ter begroeting komen katten aan je vingers snuffelen en je hand een kopje geven. ze geven in mijn ervaring de prioriteit aan interactie met handen in plaats van altijd hun kop in je gezicht proberen te duwen.
een recensie van Mens blijven aan het front van Andrii Kobaliia en Gilles van der Loo

Dit boek is geschreven door Gilles van der Loo op basis van zijn videogesprekken met Andrii Kobaliia. Het bestaat uit hoofdstukken waarin Kobaliia's ervaringen vanuit zijn perspectief worden beschreven, en uit stukken van Van der Loos gedachten.

De Kobaliia-hoofdstukken zijn waar je het boek voor leest; daarin wordt beschreven hoe het leven er aan het front in Oekraïne uitziet. In het begin in veel detail, maar in de loop van het boek steeds minder en wordt het een waas van overplaatsingen. Dit geeft reflecteert waarschijnlijk Kobaliia's gewenning aan het front en aan de groeiende ongevoeligheid waarmee hij gedurende het boek kampt. Daarnaast zal het wel herhaling tegengaan – kou blijft immers kou en modder blijft modder. Misschien speelt ook nog mee dat het leven van infanterie aan een frontlinie die sinds begin 2022 drastisch is verschoven minder gevoelig is dan informatie over drone-eenheden die in 2023 aan ongeveer hetzelfde front vochten als in 2024. Hoe dan ook waren het juist de details waarin ik geïnteresseerd was, en die miste ik een beetje tegen het eind.

De Van der Loo-hoofdstukken zijn in mijn mening compleet onnodig. Heel, héél af en toe zit er een klein stukje zinvolle analyse in, maar vaak dragen deze stukken tekst werkelijk niets bij. Een samenvatting/herhaling van de vorige zes bladzijden, een anekdote uit Van der Loos leven die niets met Kobaliia's verhaal te maken heeft, of gewoon woorden waarmee niks wordt gezegd. In het begin is Van der Loo  bezig met hoe iemand ervoor kiest om te vechten, wat ik op zich wel een interessante vraag vind, maar ook dat verdwijnt een beetje. (In het dankwoord dankt Van der Loo Kobaliia "van wie ik geleerd heb dat ook ik zou blijven om te vechten voor het behoud van mijn stad en land", maar deze conclusie volgt niet uit de tekst.) Van der Loo neemt te veel ruimte in in Kobaliia's verhaal zonder er wat aan bij te dragen, en het komt over als pure paginavullerij.

Zet morgen wéér de tijd een uur terug
Zodat ik me wat langer nog kan warmen
Onder de dekens in je zachte armen.
De langste winternacht gaat mij te vlug.

Zachtheid

Oct. 24th, 2025 01:49 pm
De stekelige zijden van een egel
Omzeil je enkel als ze je vertrouwt.
Geduld en zachtheid brengt je in de regel
Ook nader tot de mens van wie je houdt.
Bemoei je niet met mij in 't aardse rijk,
Laat mij in vrede en in vrijheid leven.
Als ik met mijn ethiek de hel bereik
Dan is me jullie hemel om het even.


Alternatieve versie: )

een korte recensie van Optimisme zonder hoop van Tommy Wieringa

Ik heb niet het idee dat de conclusie van optimisme zonder hoop uit enige uitleg of argumentatie in dit essay stamt, het lijkt een beetje vanuit het niets te worden gepresenteerd. Alsof Wieringa bijna aan zijn woordental zat en toen bedacht dat hij nog niet op zijn centrale idee was uitgekomen. Ik denk dat ik zijn idee van optimisme zonder hoop wel min of meer begrijp - het klinkt een beetje hetzelfde als "je bent niet verplicht het werk te voltooien, maar net zomin staat het je vrij het op te geven".

Het leest wel lekker.
een recensie van Met z'n zessen in bed: De toekomst van liefde, van polyamorie tot relatiepillen van Roanne van Voorst

Ik heb tegenwoordig met alle nonfictie dat ik méér had gewild: meer informatie, meer analyse, meer diepgang. Bij Met z'n zessen in bed had ik dat gevoel minder dan gemiddeld, dus dat is positief.

Het boek was grotendeels interessant en ook fijn geschreven, het las heel snel. Het nadeel van zo'n groot thema als "de toekomst van liefde" is dat je niet veel ruimte hebt voor de subthema's. Aan de hand van de hoofdstuktitels verwachtte ik wat meer uitweiding over mensen die celibaat zijn bijvoorbeeld, en ik was verrast dat de 4B-beweging en de incels niet aan bod kwamen. Bij avatars en virtuele realiteit viel er naar mijn mening nog wel meer te zeggen over identiteit(sconstructie).

Het hoofdstuk over sekswerk was wel sterk, en het hoofdstuk over polyamorie was niet slecht (ik heb lage verwachtingen). Van Voorst is monogaam, maar reflecteert op wat ze zelf kan leren van polyamorie en polyamoreuze filosofie, en hoe ze dat kan toepassen op haar eigen relaties.
Ik begrijp dat relatieanarchie moeilijk te definiëren is; er bestaat waarschijnlijk niet een enkele "correcte" definitie. Ik kom wel duidelijk incorrecte definities tegen. Ik ben dan ook niet onder de indruk van "Relatieanarchie: een groepsrelatie die egalitair is, waar dus geen hiërarchie bestaat." Dat is namelijk de definitie van niet-hiërarchische polyamorie.

Ik weet niet waarom mannen als Seneca en Cicero en witte mannen uit de Europese Renaissance worden aangehaald als vriendschap gedefinieerd moet worden.

Het was een redelijk goed boek, tot het laatste hoofdstuk: "Een genderrevolutie en het einde van de hetero's". Dit hoofdstuk was slecht. Van Voorst weet niet genoeg over queerness en gender en heeft duidelijk onvoldoende onderzoek gedaan. In haar streven naar een valse objectiviteit zet ze [mensen die strijden voor hun eigen rechten] op één lijn met [mensen die de rechten van anderen willen inperken] – "beide kanten" hebben namelijk "sterke emoties". Transfobe mythen worden zonder reflectie overgenomen, statistieken van twijfelachtige kwaliteit worden slecht geïnterpreteerd, termen worden verkeerd gebruikt, Butler wordt verkeerd geduid. Bovendien schrijft van Voorst hier nauwelijks wat over liefde en haar toekomst, dus het hoofdstuk draagt ook niets bij aan de onderzoeksvraag.

Het nawoord met conclusie is ook niet sterk. Het voelt alsof van Voorst er hier niet echt zin meer in heeft en weinig te zeggen heeft.

het lijkt een afstervend koraalrif
leegstand met alleen hier en daar een levend plekje
pleinen met kunstmatige rotsen
geplaatst zodat voorbijdrijvende wezens
aangevoerd door de stroming van een druk station
zich onderweg neer kunnen laten
en als op de synthetische rifstructuren
de populatiedichtheid een drempelwaarde bereikt
misschien wortel schieten
en nieuwe netwerken vormen in de leegtes

de fietspaden zijn verstrengeld geraakt in autokruispunten
levensaders half dichtgeknepen door autowegen
De eerste meerverdiepings parkeergarage van de stad!
Altijd parkeerplek!

is het kantelpunt al bereikt,
zit de stad in een catastrofale cascade?

maar wie goed zoekt vindt ook
een indicatorsoort van een gezonde stad:
een boekhandel, nieuw gevestigd
en tussen het grijs van auto-asfalt
en het donker van hele winkelstraten te huur
een beetje bloei in blauw en roze en paars
De ijsthee is verpakt in een beschuldiging
Die verwijt: dit hier is het probleem!
Het is de atomisatie van de verantwoordelijkheid
Elk mens een los microplasticdeeltje
Niets meer dan een consument.

De flesdoppen zijn nu vastgelegd in milieulegislatie
Het geweten even gestild en weer wat tijd verspild
Terwijl de productie van vaste doppen losloopt.

De ijsthee is verpakt in een beschuldiging
Maar die moet je niet te serieus nemen –
Consumeer! Koop meer!
het boek als gebruiksvoorwerp.
het boek dat ik altijd bij me draag.
het boek dat tekenen van gebruik vertoont.
het boek dat waterschade oploopt onderin mijn tas.
het boek waarin ik zinnen onderstreep.
het boek waarin ik aantekeningen maak in de kantlijnen.
het boek waarin ik ezelsoren vouw om de beste gedichten terug te vinden.
 
het boek dat ik uitleen.
het boek waarin ik anderen uitnodig marginalia te schrijven.
het boek met kanttekeningen in drie handschriften.
het boek dat in waarde toeneemt door de perspectieven van zijn lezers.

het boek als oplage van tienduizenden.
het boek als exemplaar.
het boek dat niet onverkocht wordt versnipperd.
het boek als gebruiksvoorwerp dat zijn doel heeft gediend.
het boek dat een bijzonder afscheid krijgt.

het boek dat ik heb uitgelezen.
het boek dat ik heb gelezen en waarvan ik zeker weet dat ik het niet opnieuw zal lezen.
het boek dat niemand anders wil.
het boek dat zijn doel heeft uitgediend.
het boek waar ik nog een laatste keer wat vermaak uit haal.

het boek als voorwerp dat goed brandt.
het boek als symbool.
het boek als voorwerp dat niet mag branden.
het boek waarvan het branden verkeerd voelt.
het boek dat juist door het taboe spannend is om te verbranden.
het boek.

handschrift

Jun. 6th, 2024 12:34 am
De hand pakt het mechanisme op.
De hand drukt op het uiteinde van het mechanisme, dat een paar millimeter naar binnen schuift in de behuizing.
Aan het andere einde van het mechanisme schuift een grafietstaaf uit de behuizing.
De staaf is 0,5 mm dik en steekt nu 2 mm uit het mechanisme.
De hand plaatst het uiteinde van de grafietstaaf op papier.
De staaf wordt over het papier bewogen waarbij een lichte neerwaartse druk wordt uitgeoefend.
Het grafiet schuift 1 mm in een rechte lijn over het papier.
Door de wrijving blijft een spoor van donker koolstof achter op de plantenvezels in het pad van het grafiet.
De staaf wordt korter doordat materiaal ervan op het papier wordt afgegeven.
Het verschil is echter voor het oog vooralsnog niet merkbaar.
Ook de hand die het mechanisme vasthoudt neemt geen verschil waar.
Intussen beweegt de staaf verder.
De lijn gaat verder maar de vector verandert.
De staaf beschrijft een boog van 180° met een radius van 1 mm.
Aan het eind van deze halve cirkel is de vector weer parallel aan het eerste deel van de lijn.
De lijn loopt 1 mm parallel aan het eerste lijnsegment tot de beide rechte lijnsegmenten even lang zijn.
De hand tilt de grafietstaaf van het papier.
De letter is voltooid.
voor S.

Vier keer al staan we buiten in de kou
Nog lang te praten, hoewel ik al lang
Weer terug naar huis en snel naar bed gaan zou.
Toch houden we 't gesprek nog aan de gang.

Als ik alleen ben en in twijfel raak,
Gedachten zinloos en in vrije loop –
Als ik met mijn onzekerheden waak,
Geloof ik: dit is ongegronde hoop.

Hoewel niet elk signaal verborgen ligt,
Misschien dat jouw gevoel zich lezen laat:
Een woord, een blik waar ik mijn hoop op richt...
Dus blijven wij nog even aan de praat.

Vandaag mag je zelf kiezen of je speelt.
We staan nog even netjes op een rij,
Dan worden de instructies uitgedeeld.
We zijn niet streng: de regels, die schrijf jij.

dus je mag
los

Wie iemand raakt met een vers, wint
en wie zelf geraakt wordt ook
Dan mag je aan de kantlijn →
zitten blijven of je mening schrijven
Identitti van Mithu Sanyal doet me denken aan een toneelstuk – de hoofdhandeling gebeurt in een appartement waar een handjevol mensen in en uitloopt en gesprekken voert. (ik zou hier heel graag een stage adaptation van zien!)

vandaag bedacht ik me dat het me ook een klein beetje doet denken aan het deel van Ancillary Justice waar Breq en Seivarden rondhangen in Strigans compound. de overeenkomsten: een paar mensen zitten samen in een huis en zijn bijna allemaal boos op elkaar en are trying to figure each other out. ze laten elkaar niet met rust tot ze antwoorden hebben waar ze tevreden mee zijn – maar een bevredigend, ondubbelzinnig antwoord dat in je wereldbeeld is in te delen staat niet in het vooruitzicht.

ik heb het 98% aan mijn scriptiebegeleider te danken dat ik ooit mijn masterscriptie heb afgerond en gehaald (en de overige 2% aan de scriptiecoordinator die me naar hem toestuurde). hij heeft praktisch mijn onderwerp voor me gekozen omdat ik geparalyseerd was door keuzestress, hij heeft om de week met me afgesproken om me te motiveren om aan het werk te blijven, hij heeft me halverwege het jaar (toen ik eigenlijk al bijna klaar had willen zijn maar ten onder ging aan de stress) bevolen om minstens drie weken lang helemaal niet aan mijn scriptie te denken. volgens mij had hij ook echt wel door dat ik geen fuck uitvoerde tussen onze afspraken in, behalve steeds het weekend voor de afspraak, maar hij heeft er nooit iets direct over gezegd. ik ben hem eeuwig dankbaar voor zijn mateloze geduld en diepe betrokkenheid.
ik weet dat amerikanen alles een "small town" noemen, zelfs als de populatie kleiner is dan die van mijn middelbare school – als de inwoners wit zijn is het geen "village". maar ik vind het wel apart dat het dan in nederlandse vertaling een "stad" blijft en niet "dorp", hoewel het duidelijk een dorp is.
Het komt wel voor van tijd tot tijd
Dat iemand die ik ken al spoken gaat –
Hun schaduw los een eigen leven leidt,
Als schim verschijnt maar niet het leven laat.

In het voorbijgaan vang ik glimpen op,
Hun silhouet verschijnt plots overal.
Maar telkens als ik om te kijken stop
Verdampt elk teken van de schaduw al.

Ik weet dat het aan mijn verbeelding ligt,
De spoken kwellen mij heus niet bewust:
Mijn geesten roep ik zelf in zicht,
Mijn eigen geest laat jullie niet met rust.
het werkwoord stofzuigen heeft een sterke verbuiging (stofgezogen) en een zwakke verbuiging (gestofzuigd), ik weet nog heel goed hoe we die allebei moesten oefenen op de basisschool (raar eigenlijk dat kinderen die Nederlands als moedertaal spreken moeten oefenen met verbuiging op school). as far as i know bestaan de twee verbuigingen in vrije variatie, waarschijnlijk wordt de sterke verbuiging wel zeldzamer ten opzichte van de zwakke verbuiging want dat is de algemene trend in het Nederlands (en ook andere West-Germaanse talen geloof ik). maar ik bedacht me dat ik wel soort van een systematisch verschil maak, namelijk de sterke verbuiging als intransitief/onovergankelijk ("ik heb stofgezogen") en de zwakke als transitief/overgankelijk ("ik heb de keuken gestofzuigd"). ik weet niet of ik dit 100% systematisch doe, waarschijnlijk niet, maar in mijn idiolect is het in ieder geval geen volledig vrije variatie.
Page generated Feb. 28th, 2026 03:07 am
Powered by Dreamwidth Studios